Er zijn van die periodes waarin alles lijkt stil te vallen.
Waarin de richting vervaagt, het vuur dooft,
en zelfs je verlangen niet meer spreekt.
Men zegt: “Volg je hart.”
Maar wat als je hart geen antwoord geeft, stil lijkt, of zo vol dat je niets meer hoort?
Wat als alles dof voelt, alsof er geen richting is en je alleen nog voelt dat je het niet weet?
Misschien is dat geen teken dat je iets verkeerd doet.
Misschien is het juist het moment waarop het leven
je uitnodigt om langzamer te luisteren.
Niet met je hoofd.
Maar met je lichaam.
Met die subtiele bewegingen van binnen, de adem die iets ruimer wordt bij een bepaalde gedachte.
De kleine nieuwsgierigheid naar iets zonder dat je weet waarom.
We leren vaak dat richting ontstaat uit duidelijkheid,
maar soms ontstaat richting juist uit verwarring.
Uit het niet-weten.
Want in dat niemandsland, waar oude verlangens oplossen
en nieuwe nog niet zichtbaar zijn,
kan iets echts beginnen te ademen.
Het leven spreekt niet altijd in woorden of richting, maar in gevoel.
Soms fluistert het in vermoeidheid, in weerstand,
in dat vage gevoel dat iets niet meer past.
En soms in een kleine, bijna onopvallende sprankeling:
een zin die blijft hangen, een ontmoeting die iets opent,
een moment waarop je zonder reden even ademhaalt.
Misschien hoeft het leven niet gevolgd,
maar gevoeld te worden.
Niet door te weten wat je wilt,
maar door aanwezig te blijven bij wat zich nu laat zien.
Want als je langzaam weer durft te voelen,
zonder te forceren, zonder iets meteen te willen begrijpen,
dan begint er iets te bewegen.
Het niet-weten is geen leegte die gevuld moet worden,
het is een heilige ruimte waarin iets nieuws kan ademen.
Het wil je niet straffen,
maar uitnodigen tot luisteren.
Want juist daar,
in die heilige ruimte van stilte,
wil het leven zich opnieuw door jou bewegen.
Dus als je vandaag niet weet wat je wilt,
adem.
Voel.
En vertrouw erop dat ook dit deel is van de weg die zich ontvouwt,
precies zoals hij bedoeld is.